maandag 30 juli 2012

December - Beheersing van de tong wordt tot waarheidsgevoel.




December
_____________________________

21 november tot 21 december

D
it inzichtelijk geduld beheerst de tong.
Want wie voorbarig spreekt en oordeelt, beschadigt of verhin­dert het rijpingsproces dat de waarheid van de wereldverschijn­selen oplevert en dat zijn eigen doen als rijpe vrucht uit zijn om­gang met de wereldverschijnselen laat voortkomen. Wie spreekt zonder dit rijpen af te wachten, drukt slechts subjectieve meningen uit over een wereld die hem in wezen vreemd blijft. Dergelijke meningsuitingen mogen op bijval van gelijkgezinden stuiten en vanwege hun overeenstemming met de gebruikelijke opvattingen succes boeken. Ze zijn echter niet de waarheid die in gelatenheid wordt verdragen en tot stand wordt gebracht. De waarheid is veeleer de geest der dingen die in ons kennen de ogen opslaat. Het voorbarige woord schrikt hem af. De beheersing van de tong laat de geest die stom en blind betoverd in de dingen is, kijk- en spreek­vaardig worden. Het in toom houden van de tong bevrijdt de tong der creaturen die naar zulke onttovering snakken. Ze worden ont­toverd doordat hun wezen in onze zwijgzaamheid tot orgaan wordt, dat met het oog op zijn betoverde toestand zichzelf verklaart. Daardoor kruisen en wisselen wereld en zelf met elkaar, in tegenstelling tot de toestand van ons normale bewustzijn, waarin ze uiterlijk en zonder verwantschap tegenover elkaar staan. Het wezen der dingen wordt in de kennende mens tot orgaan van beschouwing; de mens beleeft zichzelf, voor zover hij kent, als een over de totaliteit der wereld­verschijnselen uitgespreid wezen. In de beheersing van de tong wordt niet de scheiding van wereld en zelf, maar hun kruising en wisseling als waarheid ervaren. De beheersing van de tong is de vruchtbaarheid van de menselijke kennis.

Zo wordt deze beheersing tot waarheidsgevoel.

Een meditatie van zulk waarheidsgevoel is:

                            Kent de mens zichzelf,
                            Wordt zijn zelf de wereld;
                            Kent de mens de wereld,
                            Wordt de wereld zijn zelf.

November - Geduld wordt tot inzicht.



November
______________________

21 oktober tot 21 november

Z
ulke gelatenheid houdt de weegschaal van het geduld in de hand. Geduld is de wijsheid die zich met kracht, de kracht die zich met  wijsheid verbindt. Zonder wijsheid zou kracht tot een uit­zichtloos verdragen worden, zonder kracht wijsheid tot onwerk­zame beschouwing. Kracht en wijsheid zijn de hoog boven land en zee oprijzende zuilen die het zonnegezicht van de engel dragen, welke de schrijver van de Apocalyps gebiedt het boek te verslinden. Ware kennis gaat in vervulling door daadkracht; alleen de steeds opnieuw beproefde daad leidt tot echt handelen. De weegschaal van het geduld bepaalt het gewicht van de persoonlijkheid. Geduld laat onze kennis rijpen in de dagelijkse omgang met de wereldverschijnselen. Geduld versterkt in het realiteitsgetrouwe oordeel de verwachtingsvolle stemming van de daad. Ongeduld verleidt tot vooroordeel en voorbarigheid. Wie echter uit inzicht handelt, wie zijn handelen steeds opnieuw aan het oordeel van zijn kennis onderwerpt, bezit het ware geduld.

Zo wordt geduld tot inzicht

Een meditatie van zulk inzichtelijk geduld is een beeld van de Apocalyps: Boven de zuilen van kracht en wijsheid straalt het inzicht.

Oktober - Tevredenheid wordt tot gelatenheid.



Oktober
___________________________

21 september tot 21 oktober


D
e tot hartetact verlevendigde hoffelijkheid verlangt niets voor zichzelf. Ze verlangt alleen maar andere mensen bij te staan in de vervul­ling van de sociaalkunstzinnige opgave, om hun uiterlijk optreden de glans van de in hen levende oorspronkelijke idee te verlenen. Wie de overtuiging is toegedaan dat in de dingen en wezens zelf de aanleg tot hun volmaaktheid ligt, is hiermee tevreden en ziet in de belemmeringen van hun ontplooiing noodzakelijke voor-waarden voor vooruitgang en aansporing tot zelfwerkzaamheid. Alleen wie niet in de wereldverschijnselen zelf het verborgen plan van hun ontplooiing herkent, maar van uiterlijke maatregelen wezenlijke veranderingen verwacht, is ontevreden. Daarom is tact van het hart tevredenheid.
Deze tevredenheid wordt steeds opnieuw door de beschouwing van de sociale en politieke toestanden bedreigd. En nog nooit was de aanleiding tot bedenkelijkheid ten aanzien van deze toestanden hachelijker dan in onze tijd. Hetgeen zich sinds tientallen jaren op de vreselijkste manieren openbaart en steeds verschrikkelijker dreigt zich te openbaren, kan in de zin van de hier gekarakteriseerde tevredenheid slechts begrepen worden als het gloren van het toe­komstige verschijnen van de geest, als de wolken waarboven zich het licht verspreidt. Pas na de ondergang van verouderde verschij­ningsvormen van het sociale leven kan dit zijn eigentijdse gestalte aannemen. Uit nood wordt het schouwen geboren. Maar alleen wanneer vrees en gruwel voor de gebeurtenissen die uit de toe­komst naderbij dringen, overwonnen worden in het vertrouwen te voldoen aan de dagelijkse eisen, kan het oog zich voor dit schou­wen openen.

Zo wordt tevredenheid tot gelatenheid.

Een meditatie van zulke gelatenheid is: Uit puur vertrouwen, zonder enige bestaanszekerheid in de wetenschap van de altijd aanwezige hulp van de geestelijke wereld te leven, is het vereiste van onze tijd.

September - Hoffelijkheid wordt tot tact van het hart.



September
___________________________

21 augustus tot 21 september


Het medelijden dat vrijheid wordt, geeft de hoffelijkheid haar zin en waardigheid terug.
De hoffelijkheid is tegenwoordig een uiterlijke vorm geworden die men, voor zover men haar niet geheel overbodig acht, al­leen nog erkent omdat ze de omgang vergemakkelijkt, of omdat ze een gewoonte is geworden. De ware hoffelijkheid erkent tegelijkertijd het hogere menselijke ik alsook de geestelijke vereniging van hogere ik-wezens in een vrije gemeenschap. Bij het zien van onhoffelijkheid krenkt ons daarom de zelfvernedering van de onhoffelijke meer dan de eigen ontsteltenis. Om diezelfde reden ervaren wij iedere kritiek die niet tegelijk de erkenning van een ont­wikkelings-mogelijkheid is, als de zelfvernedering van de criticus. Ware hoffelijkheid daarentegen is de vrije vereniging met het hogere wezen van de bejegende. Wij beleven ons in hem en bewijzen de ons gemeenschappelijke geest achting.
Ware hoffelijkheid gaat echter nog verder. Ze beleeft zich niet alleen zelf in het hogere wezen van de bejegende, maar deze ook in zichzelf. Ze voelt zich daarom plaatsvervangend voor deze gekwetst, wanneer het hem niet lukte zich in woord en daad zo uit te spreken als hij in werkelijkheid ook is. Dit gevoel van gekwetst-zijn is veel onverdraaglijker dan de pijnlijkheid van het eigen falen.
Nog meer voelt zich de hoffelijkheid voor de latere zelf­beproeving beschaamt, wanneer ze zichzelf nu eenmaal het gebrek moet toeschrijven dat ze aan de oppervlakte van een ongepaste persoonlijke uiting van een ander mens is blijven hangen, in plaats van deze haar meest deugdelijke betekenis toegeschreven te hebben. Hoffe­lijkheid vult aan en vormt daarom voortdurend uit eigen begrip het onvolmaakte om. Ze weet bovendien door haar gedrag de gelegenheden te scheppen die het voor iedereen die haar ontmoet, mogelijk maakt zich open te stellen. Ze neemt echter niet minder afstand van een gedrag dat het eigen betere wezen verloochent.

Zo wordt hoffelijkheid tact van het hart.

Een meditatie van zulke hoffelijkheid is: Hoffelijkheid en hartetact verhouden zich tot elkaar als diastole en systole.

Augustus - Medelijden wordt tot vrijheid.



Augustus
______________________

21 juli tot 21 augustus

Z
ulke gelouterde onzelfzuchtigheid is waarachtig medelijden.
Waarachtig medelijden beleeft alle leed als zijn eigen, zonder de zelfstandigheid in het weloverwogen oordeel te verliezen. Zelf­standigheid kan veeleer alleen in medelijden haar oorsprong heb­ben. Want medelijden is geestelijke vereniging. Alles wat echter buiten ons blijft, oefent invloed of dwang op ons uit. Binnen het bewustzijn van een mens dat niet met het onze door het tussen ons wevende medelijden is verbonden, leven wij niet als vrije individualiteiten. Want zo'n mens mijdt ons of zou ons (ook al is het in een hem niet bewuste vorm) van hem afhankelijk willen maken.    
Evenzo kunnen wij ons van een mens die wij zonder medelijden tegemoet treden, alleen afwenden of op de een of andere manier macht over hem uitoefenen. Van een mens die wij met de gezindheid van overmeestering tegemoet treden, zijn wij echter niet minder afhankelijk dan van iemand voor wie wij vluchten. Natuurlijk is hier sprake van bewustzijnshoudingen, niet van uiterlijk gedrag. Daar waar wij ons echter geestelijk verenigd hebben, kunnen wij noch object van een machtsuitoefening worden noch oefenen wij zelf macht uit. Wij kunnen het niet, omdat ons eigen wezen en het met de ander vere­nigde niet doel van onze macht kan zijn. Daarom sluit kennis macht uit, en is medelijden een vorm van kennen.
Ook in de mede­lijdende vereniging met de afschuw verdienende, die immers een geheel innerlijke is, vernederen wij ons niet. Veeleer bevrijden wij daardoor het in hem, zoals in elk lagere, verborgene hoge, waarvan het zichzelf echter niet bewust wordt. Waarachtig medelijden maakt ons derhalve niet alleen zelf vrij, maar bevrijdt ook degene die het omhelst.

Zo wordt medelijden tot vrijheid.

Een meditatie van zulk medelijden is: Het medelijden is de omhul­ling waarin het vrije hart klopt.

Juli - De onzelfzuchtigheid als de weg naar het menselijke midden wordt catharsis.




Juli
_______________________

21 juni tot 21 juli

Z
ulke trouwe volharding is onzelfzuchtig.  
Ware onzelfzuchtigheid is even ver verwijderd van verharding als van verval. De zwelgende afhankelijkheid is niet minder zelfzuchtig dan het starre vasthouden aan de eigen vooroordelen en belangen. Ware onzelfzuchtigheid verdedigt noch de engte van de subjectieve persoonlijkheid, noch verliest ze zich in andere mensen en dingen. Ze is veeleer het midden tussen deze beide dwaalwegen en verzoekingen. Omdat ze noch door de zelfzucht van de vrees, noch door die van de hebzucht vertroebeld wordt, is ze louter. De loutering is de weg die door de waarheid, die zich met alle wezens verbindt, de vrees overwint en door innerlijk leven, dat van alle af­hankelijke hebzucht bevrijdt, zijn jawoord aan het lot geeft. Deze onzelfzuchtigheid die zo door inachtneming en afstand doen zich­zelf vindt, is zelfverzekerd.
Aristoteles omschrijft door zijn idee van loutering (catharsis) de inwijding in de weg van het lot als de opgave van de dichter. Deze catharsis wordt verworven door over­winning en metamorfose van de gevaren die het menselijke mid­den bedreigen.

De onzelfzuchtigheid als de weg
naar het menselijke midden wordt catharsis.

Een meditatie van zulke onzelfzuchtigheid is het woord: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij."

Juni - Volharding wordt trouw.




Juni
___________________

21 mei tot 21 juni

H
et als vooruitgang beleefde evenwicht is volharding.
Want alleen wie onvermoeibaar de wereldverschijnselen met zijn eigen geest doordringt, schrijdt voort tot hun ware gestalte. Deze vooruitgang begint geenszins pas daar waar hij voor de zelf­observatie volledig doorzichtig wordt. Veeleer ligt aan alle vol­harding als werkelijke drijfveer het feit ten grondslag dat alle activi­teit min of meer bewust uit de oeractiviteit van het denken voort­komt, dat het slagen van elke naar buiten gerichte bezigheid berust op de ontmoeting van de eigen geest met de geest die in de dingen besloten ligt, en dat wij daarbij niet alleen het object van onze acti­viteit, maar ook onszelf gestalte geven. Daarop berust immers al het leren en kunnen. Dit is de betekenis van Hegels uitspraak: "Der Bildende bildet sich selbst." (De vormgever vormt zichzelf).
In de volharding zijn wij derhalve de in ons gelegde opdracht tot zelfontwikkeling trouw. Een dergelijke trouw maakt het ons ook pas mogelijk een opdracht of een mens waarachtig trouw te zijn. Want trouw is degene die in het onophoudelijk werk dat hij aan zichzelf volbrengt, nakomt wat hij de wereld en zijn lot­genoten verschuldigd is.

Zo wordt volharding trouw.

Een meditatie van een dergelijke trouw is de proloog van het Johannes-evan­gelie. (Want hij verkondigt het Woord dat wij in onszelf vernemen, als wij onszelf, als wij anderen en als wij onze opdracht door het standhouden tegen alle weerstand in trouw zijn.)

Mei - Evenwicht wordt tot vooruitgang.



Mei
____________________

21 april tot 21 mei

D
e offerkracht van de devotie die vrijheid als gemeenschap beleeft, wordt tot ervaring van evenwicht.
Want deze offerkracht beleeft het gelijke door het gelijke, het geestelijke door het geestelijke, individualiteit door individualiteit. Aan deze beleving ligt alle kennis ten grondslag. Wij vinden al ken­nend door de eigen geest de weg naar de geest die in de wereld­verschijnselen ligt besloten. Door een alleen maar afbeeldende, ontvangende kennis zou dit niet mogelijk zijn. Een dergelijk kennen zou bui­ten een werkelijkheid blijven, die zonder kennende deelname kant en klaar zou zijn. Een waar kenvermogen voegt echter door een scheppende handeling de ideeën toe aan de waarnemingen die voor het menselijke ervaren vooralsnog ideeënloos zijn, en ontmoet daardoor de aanvankelijk in de waarnemingen verborgen geest.
Zo ontstaat de werkelijkheid in iedere ware kennisakte uit een ervaring die deze aanvankelijk verbergt. Ze ontspringt aan de evenwichts­belevenis van de ontmoeting van geest met geest. Terwijl de aldus kennende mens de werkelijkheid die hij in de waarnemingen ver­liest terugwint, beleeft hij tegelijkertijd het ontstaan van zijn eigen geestelijk wezen.             
Uit de werkelijkheid die in zijn kennisakte ontstaat, stamt de mens als een geestelijk wezen dat zelf over zijn geestelijke geboorte en zijn hogere ontwikkeling beslist. Het kennen van het gelijke door het gelijke, dat zich voordoet als het voortkomen van een zelfstandige individualiteit uit de geestelijk doordrongen wereldverschijnselen, is het ware evenwicht.

Zo wordt evenwicht tot vooruitgang.

Een meditatie van een dergelijk evenwicht is het zich verdiepen in het leren lopen van kinderen, dat evenwicht tot vooruitgang laat worden.



April - Devotie wordt tot offerkracht.




April
____________________

21 maart tot 21 april

D
e liefde die zichzelf in de verantwoordelijkheid voor iedere indivi­dualiteit als lid van een vrije gemeenschap beleeft, is devotie.
In de devotie wordt het wezen van het levende denken ervaren, van de geest die in ons als individualiteit leeft. In het levende denken ontwikkelen wij niet onze subjectieve gedachten, maar denkt veeleer de geest door ons de gedachten die in de wezens wonen. De geest doet dit echter niet als onze overweldiger, maar doordat wij ons met hem in een vrije daad, die tegelijkertijd een beschouwen is, verenigen. In eerbied voor de geest in ons en in alle wezens richten wij ons op naar een ethisch individualisme.
De inhoud van deze eerbied verschilt echter naar gelang het over natuurwezens of over mensen gaat. De natuurwezens kennen wij door onze, de mensen door hun eigen gedachten. Door niet onze subjectieve gedachten over anderen, maar in overgave hun eigen gedachten te denken, ontwikkelt zich onze individualiteit tot de drager van een andere individualiteit. Aangezien in het denken alle uiterlijkheid wordt overwonnen, verliezen wij ons in deze andere individualiteit om onszelf in deze weer terug te vinden. Zodoende wordt de vrijheid tot de gemeenschap voor devotie.

Zo wordt devotie tot offerkracht.

Een meditatie van zulke offerkracht is het zich verdiepen in de beelden van het zoekraken en terugvinden van leiders van de mensheid. (Boeddha wordt onder de boom met de zangers, de twaalfjarige Jezus in de tempel onder de leraren teruggevonden.)

Maart - Grootmoedigheid wordt tot liefde




Maart
_________________________

21 februari tot 21 maart

I
n het zwijgen wordt de stem van de geest als de stem van het eigen ware wezen vernomen. Dit vernemen is de zin voor individu­aliteit. Deze zin is grootmoedigheid.
Grootmoedigheid is het grote zielsorgaan dat vol interesse en respect iedere andere wezensuiting in zichzelf ruimte biedt. Elke individualiteit geldt voor deze zin als de onaantastbare uiting van de geest in het meest innerlijke van ieder mens. Deze zin voelt zich voor ieder ander mens als voor het eigen hogere wezen verant­woordelijk. De ervaring van solidariteit is voor de grootmoedigheid niet iets subjectiefs. Zij heeft veeleer voor haar de objectieve betekenis van verantwoordelijkheid voor de geest, waarvan de individualiteiten gemeenschappelijk afstammen, waaruit ze zich verzelfstandigen en die ze op de hogere trap van de vrije gemeenschap geroepen zijn onder elkaar te realiseren. De grootmoedigheid kan daarom niet anders dan zich met iedere individualiteit die zich waarachtig als zodanig, hoe ongewoon dan ook, in het leven vertoont, in vrije genegenheid verbinden.

Zo wordt grootmoedigheid tot liefde.

Een meditatie van zulke grootmoedigheid is het zich verdiepen in het onrecht dat een andere individualiteit is aangedaan en dat men, als ware het een eigen ervaring, vergeeft doordat men zich er onophoudelijk voor inzet om het weer goed te maken. 

Februari - Zwijgzaamheid wordt tot meditatieve kracht.


Februari

_____________________________

21 januari tot 21 februari

W
ie in het lotsvertrouwen de onvergankelijkheid van het eigen ware wezen heeft ervaren, wordt zwijgzaam.
De ware zwijgzaamheid is de Bijbelse metanoia, de ommekeer van de gezindheid, ook wel berouw genoemd. Want het tegen­overgestelde van zwijgzaamheid is de overgave aan de zintuigen. De onsterfelijke moedkracht, die het middelpunt van ons wezen is, verliest in de overgave aan de zintuigen, in de mededeling naar bui­ten, het bewustzijn van zichzelf. Door de ommekeer daarentegen wordt zij zichzelf gewaar. Zwijgen is derhalve kracht putten. Het is de omhulling van het geestelijke in ons, dat in de beelden van de zintuiglijke wereld en zijn taal ervan niet meedeelbaar is en voor het naar buiten gekeerde oor niet beluisterbaar. Zwijgzaamheid is de bescherming die het geestelijke als onaantastbaar geheim van de ziel behoedt. De zwijgzaamheid is waardig om drager van dit geheim te zijn. Zij beschaamt het vertrouwen dat de geestelijke wereld en de mensen haar schenken niet, daar zij het in het zielen­gebied, dat door de ommekeer (van ons verlangend wezen) wordt behoed, opneemt. Zwijgzaamheid is de kracht waardoor de ziel vat op zichzelf krijgt en zich niet als behorend tot de zintuiglijke maar tot de geestelijke wereld beleeft.

Zo wordt zwijgzaamheid tot meditatieve kracht.

Een meditatie van zwijgzaamheid is: Ik ben een gedachte die door de hië­rarchieën van de kosmos wordt gedacht.

Januari - Moed wordt tot verlossingskracht.


Januari
___________________________

21 december tot 21 januari

G
een begin zonder moed. Geen moed zonder waarheid.
De bron van ware moed is een beleving die verleden en toe­komst samenvat, want de waarheid is niet tijdgebonden. Vanuit het leven tussen dood en wedergeboorte brengen wij in het vóór ons liggende aardeleven de drang mee om de gevolgen van onze daden uit een vorig leven te verbeteren.
Deze gedachte die zich tot het verleden wendt, verbindt zich met een gedachte aan de toekomst: de vruchten van een vorig leven worden bij de geestelijke kiem van de mens ingelijfd, rijpen in het leven tussen dood en wedergeboorte en zullen, omgevormd tot aanleg en vaardigheden, verschijnen in een nieuw leven.
In het doorgronden van deze beide gedachten ontwikkelt zich het heden tot moment van moed. Zo'n moed, die in het innerlijk leven wordt voorbereid en in de ervaring van het lot wordt uitge­oefend, leidt tot de beleving van onsterfelijkheid. Zij is het vertrou­wend bewustzijn dat in een vorig leven de kracht wordt geput, die de betrokkene in de lotgevallen van een later leven voor de daarin voorkomende gebeurtenissen plaatst. Deze moed wordt de verlos­ser uit de broosheid van het met de dood doordrongen lichaam. Als drager van dit onsterfelijkheidsbesef wordt deze moed echter ook in de ontmoeting met lotgenoten voor hen de ver­wekker daarvan.

Zo wordt moed tot verlossingskracht.
      
Een meditatie die dit verlossingsvermogen versterkt, is het zich verdiepen in het lot als een gevolg van gebeurtenissen die men over zichzelf heeft afgeroepen.

Voorwoord van de Engelse uitgave - De schepping van de Deugden als architecten van ons eigen wezen

Het jaar is een oerbeeld van ontstaan en vergaan. Daar echter op het einde van het jaar een nieuw begin volgt, sluit het zich voor het gevoel aaneen tot een kring. De opeenvolgende jaren gaan steeds weer door deze kring heen, waardoor het jaar tegelijkertijd een oer­beeld van duur wordt. De zon als aanvoerster van deze hemelse rondedans verwekt en verlevendigt al het aardse, wiens doel een voortdurende metamorfose is. Maar terwijl de zon deze metamorfose zegent en wetmatigheid voorschrijft, doorloopt zij – gevolgd door de aarde en de andere planeten – voor het menselijk oog haar in zichzelf besloten baan door de vaste sterren van de dierenriem. Op hun beurt vormen metamorfose en duur de harmonie van de kosmische symfonie.

Er is weinig waarmee zich de menselijke ziel inniger verwant voelt dan met dit weefsel van vergankelijkheid en duur, van meta­morfose en wetmatigheid. Dit weefsel vormt het levenstapijt waarop de aardse gebeurtenissen zich afspelen. Ook die mensen die zich over de aard van dit tapijt geen voorstelling maken, zijn in hun onderbewustzijn gegrepen door het zinnebeeld dat het weer­geeft. Vele dichtwerken leggen hiervan getuigenis af. Maar de men­selijke ziel herhaalt niet alleen datgene wat in de natuur geschiedt, hoe diep ze er ook door bewogen moge worden. Ze voelt zich dan pas tevreden gesteld, wanneer ze daaruit iets nieuws laat ontstaan.

Het ritme van het jaar trekt de schepselen der natuur met zich mee zonder dat deze bij machte zijn zich hiertegen te verzetten of dit te veranderen. Ook de menselijke ziel kan zich aan het zomerlicht en de wintersduisternis in geluk en verdriet overgeven. Ze kan echter ook beleven dat het jaargebeuren in haar innerlijk een nieuwe ge­daante wil aannemen, zich wil ontwikkelen tot een gebeuren dat boven de natuur uitgaat. Als de ziel zichzelf beschouwt, kan ze merken dat de stemmingen der jaargetijden overeenstemmen met twaalf attributen van haar eigen wezen. Toch komen deze eigen­schappen niet, zoals bij natuurwezens, zonder haar eigen activiteit tot ontplooiing. Het zijn twaalf ontwikkelingsstappen waarin ze zich kan opvoeden en waarvoor ze zich moet inspannen. Daarom zijn het geen natuurlijke gaven, maar Deugden. In die zin kan de mens zijn eigen ziel als knop beleven die vurig naar het uitbotten verlangt. Weliswaar is de menselijke ziel al vóór haar zelfkennis en zelfmetamorfose met een rijkdom aan gaven begiftigd, maar deze verkommeren of veranderen zich zelfs in hun tegenbeeld, als de schat die in de ziel verborgen ligt, niet be­hoed en naar boven gebracht wordt. Daarvoor behoeft de ziel de leiding van haar eigen geest. Ze ervaart dan haar geest als de innerlijke zon, die zij in "het jaar van de ziel" bij haarzelf tot leven wekt en laat volgen met haar gang door de sterrenbeelden van de idealen. Gebeurt dit, dan begint in de ziel een soortgelijke ontwikkeling als in de natuur voorkomt en ook een afsterven en afvallen van het ongelouterde, lijkend op het vallen van de bladeren wanneer het jaar ten einde neigt. En ook de menselijke geest komt pas daardoor tot het uitstralen van zijn licht en warmte, indien de geest in twee­gesprek met de ziel zijn taak steeds beter leert kennen. 

Het pad der metamorfose dat de ziel onder de leiding van de geest in een wet­matige opeenvolging aflegt, voert evenwel (ook al heeft het inner­lijke oefenen herhalingen nodig) niet weer naar zijn begin terug. Veeleer ontwikkelt de ziel zich steeds levendiger en volmaakter, en maakt ze zich de idealen der Deugden, die de geest haar toont en tot welke ze van binnenuit geroepen is, eigen. Ze beschrijft in haar ontwikkeling niet een in zichzelf terugkerende beweging, maar een als een wenteltrap opstijgende cirkelgang. Anders uitgedrukt: de zielsknop ontplooit zich, komt door de geest bestraald tot bloei en draagt vrucht, in wier rijping zich ziel en geest op de innigste wijze verenigen. Doordat de geest het sterrenschrift der idealen aan de ziel uitlegt, maakt hij haar tot dichteres van haar eigen wezen.

Deze studies over de Deugden (die voor het eerst gepubliceerd werden in de Sternkalender, van Pasen 1969 tot Pasen 1970, te Dornach in 1968), gaan terug op korte aanwijzingen van Rudolf Steiner. Ze betreffen meditaties die in overeenstemming met het jaargebeuren geoefend kunnen worden. Deze aanwijzingen begin­nen met: "Tot 21 januari: Moed wordt tot verlossingskracht", en eindi­gen met: "Tot 21 december: Beheersing van de tong (taal) wordt tot waarheidsgevoel". De tijd van innerlijke metamorfose strekt zich steeds uit van de 21ste dag van de maand tot de 21ste dag van de volgende maand. Daar het om metamorfose en vooruitgang gaat, somt Rudolf Steiner niet een rij van Deugden op, maar wijst hij ons een weg aan van innerlijk werk aan onszelf, waarop wij de in ons als aanleg aanwezige eigenschappen ontwikkelen, deze in elkaar over laten gaan en zo scheppers worden van onze Deugden, architecten van ons eigen wezen.

Herbert Witzenmann                                   Dornach, augustus 1974                                                                                  

zondag 29 juli 2012

Ten geleide - Een nieuwe hoffelijkheid





Met de titel "De Deugden" werd op vrijdag 13 juli jl. tijdens een openbare vernissage in het spirituele centrum De Roos in Amsterdam de tentoonstelling geopend van de 13 verluchtingen die de kunstschilder Jan de Kok voor het gelijknamige boekje van Herbert Witzenmann heeft gecreëerd. De uitgever Robert Jan Kelder van de  Amsterdamse Stichting Uitgeverij Willehalm Instituut gaf in het Theehuis van de Roos, waar de verluchtingen en de maandmeditatie van juli de muren sieren, een korte lezing onder de titel "De Deugden als basis voor vernieuwing van het graalridderschap" en de kunstenaar een toelichting op zijn tempera schildertechniek. Na de vakantieperiode is de tentoonstelling vanaf maandag  13 augustus weer te zien en wel tot en met 11 september.

Wat er daarna met deze expositie gebeurt, is geheel afhankelijk van de publiekelijke steun die zij weet te generen, dwz. ligt het niet onder meer in uw handen, waarde lezer, wie de volgende regering in dit land gaat vormen, maar ook of de Deugden op hun manier aan de macht kunnen komen. Aan de macht? Ja, worden de Deugden onder de negen hemelse hiërarchieën in de christelijke esoterie niet Machten of Dynamis genoemd, die in het midden staan tussen de Serafijns en de? En is niet de schrijver van het boekje De Deugden, de Duitse filosoof/antroposoof Herber Witzenmann (1905-1988) er wonderlijk wel in geslaagd om die hoge omgangsvormen van de hemelse Machten toegankelijk te makenvoor de lezer met de nodige eigen inspanning van het begrip en de schilder om dit vooral in zijn hierboven afgebeelde titelpagina glansrijk vorm te geven? 

Een reizende tentoonstelling
Het bij deze publiekelijk gelanceerde voorstel is nu om van de expositie onder de huidige titel "De Deugden - Een nieuwe hoffelijkheid" een reizende te maken met allerlei ondersteunde activiteiten zoals lezingen, seminars etc.  Aldus ernaar strevend om de macht van de Deugden, van galerie, kerk of kasteel door stad en land trekkend, in te zetten tegen de allang niet meer zo nieuwe hufterigheid, die reeds enige tijd ons land teistert. Ja, teistert, want zoals tantrist Jan de Boer ook schrijft in zijn artikel "Vertaal je spiritualiteit naar je politieke standpunt" in Koorddanser van juli/augustus (blz. 10) : "Volgens het Sociaal en Cultureel planbureau zijn normen en waarden de belangrijkste kwestie waarover mensen in Nederland zich zorgen over maken. Veel mensen maken zich zorgen over de toenemende verhuftering. Volgens veel Nederlanders in het lontje beangstigend kort." 

De Deugden aan de macht?
Welke partij of coalitie dan ook de politieke macht zal gaan uitoefenen, het zal nooit en te nimmer er in slagen om een werkelijk probaat middel tegen deze verhuftering in te zetten, zoals hardere straffen, sancties etc. want de kwestie van normen en waarden is immers in wezen geen politiek, maar een cultureel, geestelijk probleem. Zoals na te lezen in mijn inleiding "Een nieuwe hoffelijkheid" op de Deugden in aansluiting op het op zich waardevol streven van oud-premier Balkenende om normen en waarden hoog op de politieke agenda te zetten, dient de politiek zich eigenlijk niet direct met normen en waarden te bemoeien, maar in plaats daarvan des te meer om de vorming en handhaving van rechten en plichten. Over de persoonlijke sfeer van normen en waarden moet de overheid dus deze zwijgend in bescherming te nemen, om zich des te meer met de kwestie van rechten en plichten bezig te houden. Dit en niets anders behoort immers tot de kerntaak van de overheid als rechtsstaat. 

Tao On the Road
Deze staat is dus wat de mogelijke omvorming van de nieuwe hufterigheid tot een nieuw hoffelijkheid betreft afhankelijk van doortastende initiatieven van het culturele, geestelijke leven (religie, kunst en wetenschap). In dit kader dient dus het  hier voorgestelde reizende tentoonstellingsproject van de Willehalm Stichting als een soort "Tao on the Road" (dank je wel Jan Errit 'EartHeart" de Vries) gezien te worden.

De allereerste voorwaarde
Om dit Deugdenproject daadwerkelijk van de grond te krijgen is de allereerste voorwaarde dat de 12 verluchtingen en die voor de titelpagina van Jan de Kok, die samen te koop zijn voor €7.500 plus €1250, na het einde van de tentoonstelling niet overgaan in privébezit, maar in het bezit of in bruikleen komen van de Willehalm Stichting. Daarnaast is nog circa €1250 nodig om niet slechts één maandmeditatie te tonen, zoals in de Roos waar die van juli "Onzelfzuchtigheid als de weg naar het menselijke midden wordt catharsis" te lezen is, maar om voor elke verluchting de bijbehorende tekst en meditatie (zie inhoudsopgave) in te lijsten, plus het dekken van diverse onkosten, zoals vervoer, reclame etc. Voor een minimum of €10.000 kunnen dus de Deugden hun reis beginnen naar wat uiteindelijk hun onderkomen in een Huis der Deugden zou kunnen worden, behoed en beschermd door een nieuw graalridderschap, ja zelfs een nieuwe graalridderorde. 

Een nieuw graalridderschap
Dit nieuwe graalridderschap zou dan de opgave hebben om de op hebzucht gebaseerde wereldeconomie (indirect en direct) om te vormen tot een wereldeconomie gebaseerd op liefde, broederschap in de zin van de sociale organica, zoals ontwikkeld in de door Rudolf Steiner reeds in 1922 gehouden cursus voor economen onder de titel Wereldeconomie (Uitg. Hesperia, Roteerdam) en de inleiding en voortzetting daarvan door o.m. Herbert Witzenmann (1905 -1988) in zijn door de Willehalm Stichting uitgegeven publicaties "De rechtvaardige prijs - Wereldeconomie als sociale organica", en "Geldordening als bewustzijnskwestie - Een nieuw financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe" en diens komende "Sociale organica - ideeën voor de hervorming van de economie", waarin in het reeds vertaalde deel o.m. wordt voorgesteld om de aarde, die economisch gezien het sociale organisme is, een nieuwe bestemming te geven 

De graalimpuls van de 21ste eeuw
Direct kan dit niet gebeuren, maar wel indirect door de omvorming van het huidige, materialistische en onmenselijke, naar een oorlog van allen tegen allen leidende  beschavingsprincipe tot een idealistisch, mens- en aardelievend beschavingsprincipe, zoals uiteengezet in de studie"Geldordening als bewustzijnskwestie". Daarin wordt ontwikkeld dat het financiële stelsel een weerspiegeling is van het heersende beschavingsprincipe en omgekeerd, waaruit volgt dat met het opnemen en uitdragen van een dergelijk nieuw beschavingsprincipe door op de Deugden gegronde gemeenschappen, oases der menselijkheid, naar de samenleving toe een nieuw financieel stelsel mogelijk is. 
Als levensgrondslag en scholingsweg van zo'n nieuwe graalridderorde zouden dan zowel de traditionele ridderlijke deugden van moed, rechtvaardigheid en trouw alsmede de oorspronkelijke geloften van de monniken van gehoorzaam, kuisheid en armoede in een nieuwe moderne en samenhangende vorm kunnen dienen, waarvoor De Deugden ja een eerste, doch magistrale aanzet toe zijn.

Het werk van Valentin Tomberg
In deze samenhang dient beslist ook nog het werk genoemd te worden van de antroposoof, christelijke hermetist en latere katholieke hervormer Valentin Tomberg (1900-1973), die enige tijd vóór en tijdens de Tweede wereldoorlog in Nederland (Amsterdam en Den Haag) woonde en werkte.  In navolging van Rudolf Steiners oproep in een voordracht "De koninklijke kunt in een nieuwe vorm" te Berlijn in 1906 ("Die Tempellegende und die Goldende Legende, Dornach 1979, GA 73) riep ook Valentin Tomberg op tot een vernieuwing van het geestelijke ridderschap, en wel in een voordracht "Die neue Michaelsgemeinschaft und ihre Bedeutung für die Zukunft" (De nieuwe Michaelgemeenschap en haar betekenis voor de toekomst) die hij te Rotterdam in 1938 gehouden heeft in een cyclus van 7 voordrachten over de innerlijke ontwikkeling van de mens (Achamoth Verlag, Schönach 1993). Hij stelde zelfs een naam ervoor: "Michael-Sophia in nomine Christi". 

Rechtvaardige prijzen zijn de deugden van de wereldeconomie.
Samenvattend kan dus, tenminste als afgeleide hermetische stelling, wat buiten is, is zoals het binnen is, gezegd worden: "Rechtvaardige prijzen zijn de deugden van de wereldeconomie." Want net zoals de rechtvaardige prijsvorming in de buitenwereld op aarde het midden dient te bewerkstelligen tussen twee tegenovergestelde economische waardevormingenprocesses, dwz. die van de toepassing van arbeid op de natuur en die van de geest op de arbeid, zo dienen in de binnenwereld van de menselijke ziel de Deugden het midden te bewaren tussen de twee verschijningsvormen van het kwaad, het verleidend duivelse en het onderdrukkend satanische.   

Hardcover editie op til
Om potentieel belangstellenden en mogelijke sponsors van dit project de gelegenheid te geven zich verder op te hoogte ervan te stellen, is in deze blog de inleiding van de schrijver Herbert Witzenmann op de Engelse vertaling weergegeven, plus de 12 verluchtingen met daaronder de bijbehorende teksten en maandmeditaties. Voor diens inspirerende Ten geleide "Over het ontstaan van de Deugden" en het apologetische, machtige  Tot slot wordt verwezen naar het boekje zelf, dat te koop is in de winkel van de Roos, op BoekenRoute.nl en in iedere boekhandel. Binnenkort verschijnt een geheel doorziene hardcover editie dat hopelijk nog voor het einde van de tentoonstelling in de Roos aldaar gepresenteerd zal worden.